Verwend varken

Varkens in het Nederlands Openluchtmuseum

Varken rij 1

Naast een grote collectie voorwerpen en gebouwen koestert het Nederlands Openluchtmuseum ook een flinke populatie oude dierenrassen. Zo flaneren er kippen van diverse pluimage rond onze boerderijen, gechaperonneerd door een bijpassende haan. Trekpaard Floor mag er van zijn welverdiende pensioen genieten en koeien produceren er mest op de potstal. Onze varkens wentelen zich in de blubber, baden in de zon, rollen door het stro en worden geknuffeld door bezoekers. Verwende varkens dus. Een beetje zoals dat ging in de negentiende eeuw.

 
Toen hielden de meeste plattelandsbewoners een varken achter het huis, in een kot, of op de deel. Dat varken kreeg behalve de schillen ook gekookt varkensvoer, met bijvoorbeeld lokaal geproduceerde roggemeel, aardappelen en oud brood. Dit menu had maar één doel: het varken zo snel mogelijk vetmesten. Want mensen aten voornamelijk varkensvlees. Koeien werden meestal niet gefokt voor het vlees, maar voor de productie van boter en mest. 

 

In het najaar of de vroege winter werd het varken gekeeld. Het bloed ving men op voor bloedworst en met kokend water werden de haren afgeschraapt. Vervolgens werd het varken opengesneden, op een houten leer uitgespreid en de volgende morgen verwerkt tot hammen en rookworst. 

 

Alles werd gebruikt, tot en met de blaas aan toe. Hiermee maakten kinderen een voetbal of foekepot. Armere gezinnen, die ’s winters vaak geen of weinig werk hadden, moesten de beste stukken van hun varken direct verkopen aan de slager om van de schulden af te komen. Deze gezinnen aten dus voornamelijk orgaanvlees en vet dat overbleef. 

 

Maar er waren genoeg gezinnen die geen geld hadden om een varken te houden. Dat is onder meer te lezen in het beroemde kinderboek Afke’s Tiental van Nienke van Hichtum (1860-1939). De oudste dochter Wiepkje is dienstmeid in Leeuwarden. Op een dag gooit haar bazin een stuk spekzwoerd weg, de huid en het vet van het spek. Dit neemt Wiepkje mee naar huis en kookt het samen met de aardappels en wortelen. Haar familie heeft nog nooit zoiets lekkers geproefd en hoopt dat haar bazin vaker wat weggooit. 

 

Hoe gaat het tegenwoordig? Nederland is een van de grootste varkensvlees producerende landen ter wereld. Die varkens leven helaas vaak hutjemutje op elkaar tussen ijzeren stangen en vaak zonder stro. Wat zit er in hun eten? Mais en tarwe, voornamelijk van buiten Europa, en heel veel koekjes: wafels, ijshoorntjes, bokkenpootjes, mariakaakjes, gebak, en daarnaast snoep, brood, tortilla’s en deeg. Een groot deel van de restpartijen uit industriële bakkerijen wordt namelijk verwerkt tot varkensvoer. Die bevatten geen lokale grondstoffen zoals in de negentiende eeuw, maar kokos-, soja- en palmolie en tarwemeel van over de hele wereld. Geen circulaire economie dus en heel, heel veel suiker. 

 

Ook in ons museum wordt het varken in de herfst geslacht, maar dan wel na een heel goed negentiende-eeuws leven. Als je daar een keer bij wilt zijn ben je van harte welkom in ons museum op de slachtdag in oktober. 

Bezoekers bij varkens in het Nederlands Openluchtmuseum
Bezoekers bij varkens in het Nederlands Openluchtmuseum, 2004 (AA 172590)

 

Detailinformatie

 

Naam: Foto van bezoekers bij varkens in het Nederlands Openluchtmuseum
Inventarisnummer: AA 172590
Vervaardiger: Martin Wijdemans
Datering: 2004
Plaats: Arnhem
Materiaal: Digitale foto

Klik hier voor meer informatie over de foto